huldigen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • hul·di·gen
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
huldigen
huldigde
gehuldigd
zwak -d volledig

Werkwoord

huldigen

  1. overgankelijk iemand hulde of eer bewijzen
    • Het Nederlands Elftal werd uitgebreid gehuldigd op de Grote Markt te Haarlem. 
    • Nemo wilde liever niet gehuldigd worden. Maar hij voelde wel, dat hij hier niet onderuit kwam. [1] 
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.

Verwijzingen

  1. Herzen, Frank De zoon van de woordbouwer 1970 ISBN 9062805450 pagina 106