hormon

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • hor·mon
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord hormon hormons
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

hormon o

  1. (biochemie), (biologie), (medisch) een stof die door een endocriene klier wordt afgescheiden en een bepaald effect veroorzaakt in het lichaam
     In drop komt echter een stof voor waarvan de chemische samenstelling veel overeenkomst vertoont met een hormon dat het lichaam normaliter produceert.[2]
      Na intermusculaire of intraveneuse inspuiting van dit hormon (15 tot 20 ccm.) komt na 5 tot 7 dagen een eenige maanden aanhoudende darmperistaltiek tot stand, zonder dat er eenig onaangenaam bijkomstig versohïjnsel bij optreedt.[3]
Synoniemen
  • hormoon (meer gangbare uitspraakvariant)
Vertalingen
zie: hormoon

Gangbaarheid

12 % van de Nederlanders;
11 % van de Vlamingen.[4]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. hormon op website: Etymologiebank.nl
  2. Bronlink geraadpleegd op 22 mei 2020 Weblink bron Vraag het aan de dokter in: De Waarheid op Wikipedia, jrg. 26 nr. 301 (23 december 1965), p. 4 kol. 4
  3. Bronlink geraadpleegd op 22 mei 2020 Weblink bron Een nieuw geneesmiddel. in: Het Vaderland op Wikipedia, jrg. 42 nr. 193 (13 augustus 1910), M. Nijhoff & C.A. van Reyn, 's-Gravenhage, p. 5 kol. 5
  4. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be


Turks

Woordafbreking
  • hor·mon
enkelvoud meervoud
nominatief   hormon     hormonlar  
genitief   hormonun     hormonların  
datief   hormona     hormonlara  
accusatief   hormonu     hormonları  
locatief   hormonda     hormonlarda  
ablatief   hormondan     hormonlardan  

Zelfstandig naamwoord

hormon

  1. (biochemie), (biologie), (medisch) hormoon