hormoon

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • hor·moon
Woordherkomst en -opbouw
  • van Engels hormone, van Oudgrieks ὁρμῶν (hormoon), het tegenwoordig deelwoord van ὁρμάω (hormáoo) "in beweging brengen", dus: "de in beweging brengende"
    De naam is in 1904 door de Britse artsen E.H. Starling op Wikipedia (en) en W.M. Bayliss op Wikipedia (nl) bedacht, omdat het gaat om stoffen die voor het lichaam signaal zijn om bepaalde reacties op gang te brengen. In de betekenis van ‘inwendig afgescheiden stof’ voor het eerst aangetroffen in 1912 [1][2][3]
enkelvoud meervoud
naamwoord hormoon hormonen
verkleinwoord hormoontje hormoontjes

Zelfstandig naamwoord

hormoon o

  1. (biochemie), (biologie), (medisch) een stof die door een endocriene klier wordt afgescheiden en een bepaald effect veroorzaakt in het lichaam
Synoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[4]

Meer informatie

Verwijzingen