honds

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • honds
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen honds hondser hondst
verbogen hondse hondsere hondste
partitief honds hondsers -

Bijvoeglijk naamwoord

honds

  1. onbeschoft en brutaal
    • Men zou kunnen denken dat honds is afgeleid van het grove gedrag van honden, maar het heeft waarschijnlijk eerder betrekking op de ruwe manier waarop sommige mensen de trouwe viervoeters behandelen. 
Synoniemen
Vertalingen

Zelfstandig naamwoord

honds o

  1. de taal die honden spreken
     Onze commandanten kunnen om een tactische luchtaanval in het zuiden van Afghanistan vragen en hun piloten weten precies wat ze dan moeten doen. Maar test een Fiat Punto 'vijfdeurs' op de rondweg en je kunt net zo goed honds spreken.[3]
     Spreek jij honds?[4]
     Is 'waf' honds voor 'yo'?[5]

Gangbaarheid

95 % van de Nederlanders;
92 % van de Vlamingen.[6]

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. honds op website: Etymologiebank.nl
  3. Bronlink Weblink bron Jeremy Clarkson op Wikipedia “Uit de bocht” (2012), A.W., Bruna Uitgevers, ISBN 9789044967357
  4. Bronlink Weblink bron Rachel Federman “Hoe slim is je hond?: de leukste test voor jou en je hond” (2017), HarperCollins Holland, ISBN 9789402753851, p. 37
  5. Thomas de Veen “ (13 augustus 2014), NRC
  6. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be