onmenselijk

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • on·men·se·lijk
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen onmenselijk onmenselijker onmenselijkst
verbogen onmenselijke onmenselijkere onmenselijkste
partitief onmenselijks onmenselijkers -

Bijvoeglijk naamwoord

onmenselijk

  1. niet goed voor de medemens
    • Er waren vele onmenselijke toestanden in die gevangenis. 
Antoniemen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.