hocke

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Andere schrijfwijzen Niet te verwarren met: Hocke

Pennsylvania-Duits

Uitspraak
Woordafbreking
  • ho·cke
vervoeging
tegenwoordige tijd, aantonende wijs, bedrijvende vorm
onbepaalde
wijs
hocke
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
kockt
enkelvoud meervoud
1e persoon ich hock mir hocke
2e persoon du hockscht dihr / der
dihr / der
ihr / er
ihr / er
nihr / ner
hockt
hocke
hockt
hocke
hocke
3e persoon er hockt sie hocke
sie hockt
es hockt

Werkwoord

hocke

  1. hurken, zitten
Afgeleide begrippen
Opmerkingen