gehaat

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Jump to search

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ge·haat
Woordherkomst en -opbouw
  • vervoeging van haten: de stam met omvoegsel ge- -t, zonder -t omdat de stam al op -t eindigt

Werkwoord

vervoeging van
haten

gehaat

  1. voltooid deelwoord van haten
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen gehaat gehater gehaatst
verbogen gehate gehatere gehaatste
partitief gehaats gehaters -

Bijvoeglijk naamwoord

gehaat

  1. haat opwekkend. ongeliefd, onbemind, verafschuwd
    • De gehate leraar gaf heel veel onvoldoendes 
Antoniemen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders
98 % van de Vlamingen.