kommer

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • kom·mer
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord kommer -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

kommer m [3] [4] [5]

  1. verdriet, leed
Verwante begrippen
Afgeleide begrippen

Gangbaarheid

90 % van de Nederlanders
94 % van de Vlamingen.

Verwijzingen


Deens

Uitspraak
Woordafbreking
  • kom·mer
Naar frequentie 67

Werkwoord

kommer

  1. tegenwoordige tijd aantonende wijs bedrijvende vorm van komme


Noors

Uitspraak
Woordafbreking
  • kom·mer
Naar frequentie 62

Werkwoord

kommer

  1. tegenwoordige tijd aantonende wijs bedrijvende vorm van komme

Zelfstandig naamwoord

kommer

  1. nominatief onbepaald onzijdig meervoud van komme


Nynorsk

Uitspraak
Woordafbreking
  • kom·mer

Zelfstandig naamwoord

kommer

  1. nominatief onbepaald onzijdig meervoud van komme
Schrijfwijzen


Zweeds

Uitspraak
Woordafbreking
  • kom·mer
Naar frequentie 40

Werkwoord

kommer

  1. tegenwoordige tijd aantonende wijs bedrijvende vorm van komma