hagen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ha·gen

Zelfstandig naamwoord

hagen mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord haag


Noors

Uitspraak
Woordafbreking
  • ha·gen
Naar frequentie 2319

Zelfstandig naamwoord

hagen

  1. nominatief bepaald mannelijk enkelvoud van hage


Nynorsk

Uitspraak
Woordafbreking
  • ha·gen

Zelfstandig naamwoord

hagen

  1. nominatief bepaald mannelijk enkelvoud van hage