goochelen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • goo·che·len
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
goochelen
goochelde
gegoocheld
zwak -d volledig

Werkwoord

goochelen

  1. (inergatief) het uitvoeren van effecten die verbazing wekken van omstaanders
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen

Meer informatie