gola

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • go·la
Woordherkomst en -opbouw

Zelfstandig naamwoord

gola v/m

  1. (Jiddisch-Hebreeuws) ballingschap, diaspora
Verwante begrippen

Gangbaarheid

Verwijzingen


Portugees

Uitspraak
Woordafbreking
  • go·la
Woordherkomst en -opbouw
  • Ontwikkeld uit Volkslatijn *gola (literair Latijn gula). [1].
enkelvoud meervoud
gola golas

Zelfstandig naamwoord

gola v

  1. (kleding) kraag, col
  2. (militair) (bouwkunde) de denkbeeldige rechte lijn tussen de twee flanken in een verdedigingswerk
  3. (militair) (bouwkunde) in vestingwerken, de ruimte tussen de uiteinden van de zijden van een uitspringende hoek, corniche, kroonlijst
  4. (scheepvaart) een metalen ringstuk aan de onderkant van de kaapstander

Verwijzingen

  1. Bronlink Weblink bron Aulete, Francisco Júlio de Caldas gola in: Dicionário Aulete, Lexikon Editora Digital. op aulete.com.br


Spaans

Uitspraak
Woordafbreking
  • go·la
Woordherkomst en -opbouw
  • Ontwikkeld uit Volkslatijn *gola (literair Latijn gula).
enkelvoud meervoud
gola golas

Zelfstandig naamwoord

gola v

  1. (anatomie) keel
  2. (waterstaat) kanaal
  3. (kleding) Spaanse kraag, plooikraag
  4. (militair) ringkraag, (voor officieren) hausse-col
  5. (militair) (bouwkunde) de denkbeeldige rechte lijn tussen de twee flanken in een verdedigingswerk
  6. (geologie) kloof, canyon

Verwijzingen