diaspora

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • di·as·po·ra
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord diaspora diaspora's
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

diaspora v / m [2]

  1. grootschalige verstrooiing of verspreiding van een volk over verschillende delen van de wereld
  2. het tussen andersdenkenden verstrooid worden van leden van een geloofsgemeenschap
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

80 % van de Nederlanders
84 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen

  1. etymologiebank.nl
  2. Woordenboek der Nederlandse taal