corniche

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • cor·ni·che
Woordherkomst en -opbouw
  • uit het Frans [1]
enkelvoud meervoud
naamwoord corniche corniches
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

corniche v/m

  1. kroonlijst
  2. een weg die langs een kust, oever of klif voert, meestal met een bijzonder fraai panorama
  3. dakgoot

Gangbaarheid

51 % van de Nederlanders;
70 % van de Vlamingen.[2]

Meer informatie

Verwijzingen