gin

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Jump to search

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • gin
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘jenever’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1847 [1]
  • Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘fizz coctail met gin’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1974 [2]
enkelvoud meervoud
naamwoord gin gins
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

gin m

  1. (drinken) soort (Britse) jenever
Vertalingen

Gangbaarheid

94 % van de Nederlanders
98 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen