Naar inhoud springen

gilde

Uit WikiWoordenboek
  • gil·de
enkelvoud meervoud
naamwoord gilde gilden
gildes
verkleinwoord

gilde v/(m) / o

  1. (geschiedenis) een middeleeuwse beroepsorganisatie, meest op monopolie en handhaven van bepaalde standaarden gericht
     Het gilde heeft het geregeld, de burgemeesters hebben toestemming gegeven.[3]
     Geen enkel gilde zou haar willen hebben, behalve de naaisters of de stinkende turfdragers.[3]
vervoeging van
gillen

gilde

  1. enkelvoud verleden tijd van gillen
    • Ik gilde. 
    • Jij gilde. 
    • Hij, zij, het gilde. 
     Ze schopte en gilde, maar Gregorio liet niet los.[4]
99 %van de Nederlanders;
97 %van de Vlamingen.[5]