gillen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • gil·len
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
gillen
gilde
gegild
zwak -d volledig

Werkwoord

gillen

  1. een harde schelle ongearticuleerde uitroep slaken
    Hij gilde toen hij in het ravijn viel.
Vertalingen

Zelfstandig naamwoord

gillen mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord gil

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.