gillen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • gil·len
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
gillen
gilde
gegild
zwak -d volledig

Werkwoord

gillen

  1. een harde schelle ongearticuleerde uitroep slaken
    Hij gilde toen hij in het ravijn viel.
Vertalingen

Zelfstandig naamwoord

gillen mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord gil