gevangen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ge·van·gen
Woordherkomst en -opbouw
stellend
onverbogen gevangen
verbogen
partitief gevangens

Bijvoeglijk naamwoord

gevangen

  1. in hechtenis genomen, van de vrijheid beroofd
    • De gevangen vis werd weer teruggezet omdat deze ondermaats was. 
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Bijwoord

gevangen

  1. bijwoordelijk deel van een scheidbaar werkwoord
    • De politie nam hem gevangen. 

Werkwoord

vervoeging van
vangen

gevangen

  1. voltooid deelwoord van vangen
Afgeleide begrippen

Zelfstandig naamwoord

gevangen mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord gevang

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie