gevangene

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ge·van·ge·ne
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord gevangene gevangenen
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

gevangene v/m

  1. iemand die gevangen genomen is
    • De gevangene wist, ondanks de strenge beveiliging, te ontsnappen. 
    • In een grote cirkel om hem heen stonden de Zwartnekken. Ze klemden de gevaarlijke waterpistolen in de rechterhand en hielden de gevangene scherp in de gaten. [1] 
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Herzen, Frank De zoon van de woordbouwer 1970 ISBN 9062805450 pagina 103