gestoorde

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ge·stoor·de

Bijvoeglijk naamwoord

gestoorde

  1. verbogen vorm van de stellende trap van gestoord
gestoorde
enkelvoud meervoud
naamwoord gestoorde gestoorden
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

gestoorde v/m

  1. iemand die volgens de geldende normen niet normaal is
  2. iemand die een misdaad pleegt
    • - De vragenstellers moesten zich in schaapskleren hullen om te onthullen wat er aan verborgen oordelen leeft, en ze wilden met hun vragen blootleggen dat niet iedereen dezelfde definitie van verkrachting heeft. Niemand die je er rechtstreeks naar vraagt keurt verkrachting goed, maar toch gebeurt het, niet alleen door seksueel gestoorden, ook door klasgenoten, cafégangers of collega’s. De daders voelen zich geen verkrachter. [1] 
Synoniemen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Verwijzingen

  1. NRC Alma Mathijsen 2 december 2016