genster

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Een vonkenregen in de smidse


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • gen·ster
enkelvoud meervoud
naamwoord genster gensters
verkleinwoord genstertje genstertjes

Zelfstandig naamwoord

genster v/m

  1. klein rondvliegend gloeiend korreltje of brokstukje
    • Hij rakelde het vuur op en de gensters vlogen in het rond. 
Verwante begrippen
Uitdrukkingen en gezegden
  • de gensters slaan/vliegen ervanaf
gezegd van iemand die keihard aan het werk is
Vertalingen

Gangbaarheid

11 % van de Nederlanders;
62 % van de Vlamingen.[1]

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be