geluksvogel

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ge·luks·vo·gel
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord geluksvogel geluksvogels
verkleinwoord geluksvogeltje geluksvogeltjes

Zelfstandig naamwoord

geluksvogel m

  1. iemand die onwaarschijnlijk veel geluk lijkt te hebben
    • Hij is altijd al een geluksvogel geweest. 
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.