gelukkig

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ge·luk·kig
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen gelukkig gelukkiger gelukkigst
verbogen gelukkige gelukkigere gelukkigste

Bijvoeglijk naamwoord

gelukkig

  1. in een tevredene toestand zijn, zich goed voelen
Synoniemen
Antoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Antoniemen
Uitdrukkingen en gezegden
Vaste voorzetsels
  • gelukkig zijn met
  • gelukkig zijn van
Vertalingen
Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl