gelijkmatigheid

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ge·lijk·ma·tig·heid
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord gelijkmatigheid gelijkmatigheden
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

gelijkmatigheid v [1]

  1. het steeds overal hetzelfde zijn zonder uitschieters of onregelmatigheiden
     Het was de schuld van zijn zoontje op het paard, dat met kundig mennen te zorgen had voor gelijkmatigheid.[2]
  2. het emotioneel niet opgewonden zijn
     Toch waarschuwt Gerritse voor het conventionele beeld van Rauter als een bloeddorstige schurk of "roverhoofdman", zoals Loe de Jong hem zag. "Hij is na de oorlog afgeschilderd als een infantiel monster. Maar hij was niet een SS'er die met het schuim op de bek zijn slachtoffers zocht. Juist niet. Hij viel op door zijn gelijkmatigheid. Een slimme man, maar wel een fanaat."[3]
Synoniemen
Antoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid


Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. Thomas Rosenboom op WikipediaGewassen vlees” op Wikipedia (2014), Em. Querido's Uitgeverij op Wikipedia, ISBN 9789021436173
  3. Bronlink geraadpleegd op 3 mei 2022 Weblink bron Lambert Teuwissen “SS'er Rauter wilde zijn terreur in Nederland wel 'sauber' houden” (24-10-2018), NOS