gelijkmatig

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ge·lijk·ma·tig
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen gelijkmatig gelijkmatiger gelijkmatigst
verbogen gelijkmatige gelijkmatigere gelijkmatigste
partitief gelijkmatigs gelijkmatigers -

Bijvoeglijk naamwoord

gelijkmatig

  1. steeds overal hezelfde, zonder onregelmatigheden, zonder uitschieters
    Alleen iemand met een gelijkmatig karakter kan gelijkmatig goed presteren.
Verwante begrippen
Afgeleide begrippen
Antoniemen


Verwijzingen