enthousiasme

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • en·thou·si·as·me
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘geestdrift’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1784 [1]
enkelvoud meervoud
naamwoord enthousiasme -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

enthousiasme o

  1. geestdrift, het geheel van iets vervuld zijn
Synoniemen
Verwante begrippen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen