fraudeur

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • frau·deur
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord fraudeur fraudeurs
verkleinwoord fraudeurtje fraudeurtjes

Zelfstandig naamwoord

fraudeur m

  1. iemand die fraude pleegt
Hyponiemen
Verwante begrippen