flexie

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • flexie
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘buiging, verbuiging’ voor het eerst aangetroffen in 1847 [1]
  • [2]
enkelvoud meervoud
naamwoord flexie flexies
verkleinwoord flexietje flexietjes

Zelfstandig naamwoord

flexie v

  1. (medisch) een buiging, een buigbeweging in een gewricht door de buigspieren
    • Hij had last van flexie van de elleboog. 
  2. (taalkunde) een vormverandering van een woord naar gelang zijn grammaticale functie
    • Zo gaat de flexie van het zelfstandig naamwoord. 
Antoniemen
Hyponiemen
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

54 % van de Nederlanders;
56 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen