exit

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Engels

Uitspraak
Woordherkomst en -opbouw
  • Afkomstig van het Latijnse exitus.
enkelvoud meervoud
exit exits

Zelfstandig naamwoord

exit

  1. uitgang
vervoeging
onbepaalde wijs to exit
he/she/it exits
verleden tijd exits
voltooid
deelwoord
exiting
onvoltooid
deelwoord
exited
gebiedende wijs exit

Werkwoord

exit

  1. naar buiten gaan
  2. vertrekken