Naar inhoud springen

uitweg

Uit WikiWoordenboek
  • uit·weg
enkelvoud meervoud
naamwoord uitweg uitwegen
verkleinwoord uitwegje
uitweggetje
uitwegjes
uitweggetjes

deuitwegm

  1. een weg die leidt uit een omsloten ruimte
    • Het verzakte stuk omheining bood het vee een uitweg uit de weide. 
  2. overdrachtelijk een manier om uit een benarde situatie te geraken
    • Door zijn grote schulden zag hij gewoon geen uitweg meer. 
     Het leek wel of er geen uitweg meer mogelijk was.[1]
     Weintraub dat ze haar zoon al twee dagen niet had gezien en dat ze geen andere uitweg zag dan hem als vermist op te geven bij de politie.[2]
99 %van de Nederlanders;
99 %van de Vlamingen.[3]
  1. Jessie Burton
    “De bekentenis” (2020), Luitingh-Sijthoff op Wikipedia, ISBN 9789024586295
  2. Johan Harstad
    “Max, Mischa & het Tet-offensief” (2017), Podium (uitgeverij), ISBN 9789057598500
  3. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be