uitweg
Uiterlijk
- uit·weg
- samenstelling van uit bw en weg zn
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | uitweg | uitwegen |
| verkleinwoord | uitwegje uitweggetje |
uitwegjes uitweggetjes |
de uitweg m
- een weg die leidt uit een omsloten ruimte
- Het verzakte stuk omheining bood het vee een uitweg uit de weide.
- overdrachtelijk een manier om uit een benarde situatie te geraken
- Het woord uitweg staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "uitweg" herkend door:
| 99 % | van de Nederlanders; |
| 99 % | van de Vlamingen.[3] |
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
- ↑ Jessie Burton“De bekentenis” (2020), Luitingh-Sijthoff
, ISBN 9789024586295 - ↑ Johan Harstad“Max, Mischa & het Tet-offensief” (2017), Podium (uitgeverij), ISBN 9789057598500
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be