establishment

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • es·ta·blish·ment
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘heersend bestel, heersende klasse’ voor het eerst aangetroffen in 1969 [1]
  • uit het Engels [2]
enkelvoud meervoud
naamwoord establishment
verkleinwoord establishmentje establishmentjes

Zelfstandig naamwoord

establishment o

  1. de gevestigde orde
    • „gevoed door de opkomst van sociale media als een nieuwsbron en een groeiend wantrouwen van feiten die worden aangeboden door het establishment. [...] Het zou me niet verrassen als ‘post-truth’ een van de kenmerkende woorden van onze tijd wordt.” [3] 
Synoniemen

Meer informatie

Gangbaarheid

Verwijzingen