ervaring

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • er·va·ring
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord ervaring ervaringen
verkleinwoord ervarinkje ervarinkjes

Zelfstandig naamwoord

ervaring v

  1. een vorm van kennis; iets door ondervinding geleerd hebben
    Ik heb heel veel ervaring met autorijden en ik kan het dus ook heel goed.
  2. kennis hebben van de gebruikelijke gang van zaken
    Mijn ervaring met het beloop van deze ziekte is eigenlijk maar heel beperkt.
  3. een reflectie uit observatie en betrokkenheid bij bepaalde processen of toestanden
    Deze fout is een waardevolle ervaring geweest waarvan ik veel geleerd heb.
Synoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Uitdrukkingen en gezegden
  • ervaring opdoen
Vertalingen
Gangbaarheid
100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie