erneire
Uiterlijk
- er·nei·re
| vervoeging tegenwoordige tijd, aantonende wijs, bedrijvende vorm hele vervoeging zie erneire/vervoeging | ||||
|---|---|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
erneire | |||
| verleden tijd |
(er) hot erneiert | |||
| voltooid deelwoord |
erneiert | |||
| enkelvoud | meervoud | |||
| 1e persoon | ich | erneier | mir / mer | erneire |
| 2e persoon | du | erneierscht | dihr / der dihr / der dihr / der ihr / er ihr / er nihr / ner |
erneiert erneire erneire erneiert erneire erneire |
| 3e persoon | er | erneiert | sie | erneire |
| sie | erneiert | |||
| es | erneiert | |||
erneire
- overgankelijk verlengen, vernieuwen
- «Wammer sei Vertrag erneire muss, kammer en neie Telephone griege. Ich hab en neie iPhone gewaehlt.»
- Als je je contract moet verlengen, kun je een nieuwe telefoon krijgen. Ik heb een nieuwe iPhone gekozen.
- «Wammer sei Vertrag erneire muss, kammer en neie Telephone griege. Ich hab en neie iPhone gewaehlt.»
Categorieën:
- Woorden in het Pennsylvania-Duits
- Woorden in het Pennsylvania-Duits van lengte 7
- Woorden in het Pennsylvania-Duits met audioweergave
- Woorden in het Pennsylvania-Duits met IPA-weergave
- Voorvoegsel er- in het Pennsylvania-Duits
- Pennsylvania-Duitse woorden naar herkomst uit het Duits
- Onscheidbaar werkwoord in het Pennsylvania-Duits
- Zwak werkwoord in het Pennsylvania-Duits
- Werkwoord in het Pennsylvania-Duits
- Overgankelijk werkwoord in het Pennsylvania-Duits