vernieuwen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ver·nieu·wen
Woordherkomst en -opbouw
  • Afleiding van nieuw met het voorvoegsel ver- en met het achtervoegsel -en.
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
vernieuwen
vernieuwde
vernieuwd
zwak -d volledig

Werkwoord

vernieuwen

  1. overgankelijk opnieuw maken, opknappen
    • Het kozijn moest eerst vernieuwd worden, voordat het nieuwe raam er in gezet kon worden. 
  2. overgankelijk bij de tijd brengen
    • Ze zijn het stadscentrum aan het vernieuwen. 
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.[1]

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be