beperkt

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·perkt
Woordherkomst en -opbouw
  • vervoeging van beperken: de stam met de uitgang -t, zonder ge- vanwege voorvoegsel
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen beperkt beperkter beperktst
verbogen beperkte beperktere beperktste
partitief beperkts beperkters -

Bijvoeglijk naamwoord

beperkt

  1. verminderd, met specifieke grenzen
    • Het apparaat is goed inzetbaar in beperkte ruimtes. 
    • Een beperkter assortiment is goed voor het rendement. 
    • Hoewel het land heel groot is is het niet oneindig groot, het is beperkt van omgang. 
Synoniemen
Antoniemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
beperken

beperkt

  1. tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van beperken
    • Jij beperkt. 
  2. derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van beperken
    • Hij beperkt. 
  3. verouderde gebiedende wijs meervoud van beperken
    • Beperkt! 
  4. voltooid deelwoord van beperken

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.