eerwraak

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • eer·wraak
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord eerwraak eerwraken
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

eerwraak v / m

  1. uit het gewoonterecht voortvloeiend recht en plicht(!) om de familie-eer te zuiveren door moord op de schender of degene die schuldig bevonden wordt aan het eerverlies
    • de verkrachte vrouw werd om redenen van eerwraak door haar echtgenoot vermoord 
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
89 % van de Vlamingen.

Meer informatie