wraak

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • wraak
enkelvoud meervoud
naamwoord wraak -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

wraak v/m

  1. het vergelden van doorgemaakt lijden [1]
  2. voornemen om het doorgemaakte lijden te vergelden aan de veroorzaker
  3. straf
  4. uit koers raken [2]
Verwante begrippen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
wraken

wraak

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van wraken
    • Ik wraak. 
  2. gebiedende wijs van wraken
    • Wraak! 
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van wraken
    • Wraak je? 

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen

  1. etymologiebank.nl
  2. etymologiebank.nl