eerst

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • eerst
Woordherkomst en -opbouw
  • In de betekenis van ‘rangtelwoord: vóór ieder ander’ voor het eerst aangetroffen in 1100 [1]
  • [2]

Bijwoord

eerst

  1. voordat iets anders gebeurt
    • We gaan eerst bij mijn ouders langs en daarna pas naar de stad. 
  2. in het begin
    • Eerst gingen we naar school, later moesten we werken. 
  3. voor het eerst: nog nooit eerder gebeurd
    • Dit is voor het eerst dat hij te laat komt op school, ik zal hem dus maar geen al te grote straf geven. 
Synoniemen
Antoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Verwijzingen