dut

Uit WikiWoordenboek

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • dut
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord dut dutten
verkleinwoord dutje dutjes

Zelfstandig naamwoord

dut m

  1. een korte, lichte slaap
    • Na de middag zou je wel eens een dutje willen doen. 
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
dutten

dut

  1. enkelvoud tegenwoordige tijd van dutten
  2. gebiedende wijs van dutten

Gangbaarheid

89 % van de Nederlanders;
81 % van de Vlamingen.[1]

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be


Rohingya

Uitspraak
Woordherkomst en -opbouw

Zelfstandig naamwoord

dut

  1. melk


Turks

Zelfstandig naamwoord

dut

  1. (plantkunde), (voeding) moerbei