dut
Uiterlijk
- dut
- Naamwoord van handeling van het werkwoord dutten.
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | dut | dutten |
| verkleinwoord | dutje | dutjes |
de dut m
- een korte en lichte slaap, veelal midden op de dag i.p.v. zoals gebruikelijk 's nachts
- 's Middags zou je wel eens een dutje willen doen.
| vervoeging van |
|---|
| dutten |
dut
- Het woord dut staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "dut" herkend door:
| 89 % | van de Nederlanders; |
| 81 % | van de Vlamingen.[1] |
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
| vervoeging van |
|---|
| devoir |
dut
- derde persoon enkelvoud verleden tijd (passé simple) van devoir
dut
dut
- (plantkunde), (voeding) moerbei
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 3
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Werkwoordsvorm in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Prevalentie Nederland 89 %
- Prevalentie Vlaanderen 81 %
- Woorden in het Frans
- Woorden in het Frans van lengte 3
- Woorden in het Frans met audioweergave
- Woorden in het Frans met IPA-weergave
- Werkwoordsvorm in het Frans
- Woorden in het Rohingya
- Woorden in het Rohingya met audioweergave
- Woorden in het Rohingya met IPA-weergave
- Zelfstandig naamwoord in het Rohingya
- Woorden in het Turks
- Zelfstandig naamwoord in het Turks
- Plantkunde in het Turks
- Voeding in het Turks