dut

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • dut
enkelvoud meervoud
naamwoord dut dutten
verkleinwoord dutje dutjes

Zelfstandig naamwoord

dut m

  1. een korte, lichte slaap
    • Na de middag zou je wel eens een dutje willen doen. 

Werkwoord

vervoeging van
dutten

dut

  1. enkelvoud tegenwoordige tijd van dutten
  2. gebiedende wijs van dutten

Gangbaarheid

91 % van de Nederlanders;
83 % van de Vlamingen.


Turks

Zelfstandig naamwoord

dut

  1. (plantkunde), (voeding) moerbei