moerbei

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • moer·bei
Woordherkomst en -opbouw
  • In de betekenis van ‘vrucht’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1351 [1]
enkelvoud meervoud
naamwoord moerbei moerbeien
verkleinwoord moerbeitje moerbeitjes

Zelfstandig naamwoord

moerbei v/m

  1. (fruit) op een braam gelijkende vrucht van een moerbeiboom
  2. (plantkunde) een plant of boom die de moerbei als vrucht heeft
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

79 % van de Nederlanders;
72 % van de Vlamingen.[2]

Meer informatie

Verwijzingen