drink

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • drink

Werkwoord

vervoeging van
drinken

drink

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van drinken
    Ik drink.
  2. gebiedende wijs van drinken
    Drink!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van drinken
    Drink je?


Engels

Uitspraak
enkelvoud meervoud
drink drinks

Zelfstandig naamwoord

drink

  1. drankje
vervoeging
onbepaalde wijs to drink
he/she/it drinks
verleden tijd drank
voltooid
deelwoord
drunk
onvoltooid
deelwoord
drinking
gebiedende wijs drink

Werkwoord

drink

  1. drinken
    «What do you want to drink
    Wat wil je drinken?