dotter

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken
1. Caltha palustris

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • dot·ter
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord dotter dotters
verkleinwoord dottertje dottertjes

Zelfstandig naamwoord

dotter m / v

  1. (plantkunde) plantensoort Caltha palustris op Wikispecies met gele bloemen
Afgeleide begrippen
Opmerkingen

Werkwoord

vervoeging van
dotteren

dotter

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van dotteren
    • Ik dotter. 
  2. gebiedende wijs van dotteren
    • Dotter! 
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van dotteren
    • Dotter je? 

Gangbaarheid

97 % van de Nederlanders
43 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen

  1. etymologiebank.nl
  2. etymologiebank.nl
  3. Woordenboek der Nederlandse taal


Nynorsk

Uitspraak
Woordafbreking
  • dot·ter

Zelfstandig naamwoord

dotter m

  1. (familie) dochter.
    «Dei har ein son og to døtrer
    De heeft een zoon en twee dochters.
  2. (sociologie) vrouwelijk persoon uit dezelfde geboortestreek of oorsproong.
Verbuiging
  enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief   dotter     dottera     døtrer     døtrene  
genitief   dotters     dotteras     døtrers     døtrenes  
Antoniemen
  • son
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Uitdrukkingen en gezegden

[1] mor og dotter

  • Moeder en dochter.

[2] ei dotter av si tid

  • Een dochter van zijn tijd.


Zweeds

Uitspraak
Woordafbreking
  • dot·ter

Zelfstandig naamwoord

dotter g

  1. (familie) dochter
Verbuiging
  enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief   dotter     dottern     döttrar     döttrarna  
genitief   dotters     dotterns     döttrars     döttrarnas  
Afgeleide begrippen