doemdenker

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

de doemdenker denkt nu al aan de onvermijdelijke dood die hem of haar te wachten staat
Uitspraak
Woordafbreking
  • doem·den·ker
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord doemdenker doemdenkers
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

doemdenker m

  1. iemand die voorspelt dat er rampen zullen gebeuren
    • Iedere jaarwisseling levert de nodige liters spraakwater aan zowel doem- als wensdenkers.[3] 
    • Door diepzeemijnbouw loopt de wereld echter wel risico soorten kwijt te raken, waarschuwt Van Oevelen. „Er leven soorten in de diepzee die we nog nooit hebben gezien. Ik wil geen doemdenker zijn, maar gebieden die je leeghaalt, zijn voor langere tijd of zelfs definitief verstoord.”[4] 
Synoniemen
Verwante begrippen
Antoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

91 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.[5]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. doemdenker op website: Etymologiebank.nl
  2. doemdenker op website: Etymologiebank.nl
  3. Reformatorisch Dagblad ds. J. Belder 05-01-2017 Column: Ik weiger een doemdenker te zijn
  4. Reformatorisch Dagblad Bart van den Dikkenberg 04-05-2016 Mijnbouw onder water funest voor zeeleven
  5. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be