mortel

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • mor·tel
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘metselspecie’ voor het eerst aangetroffen in 1240 [1] [2]
enkelvoud meervoud
naamwoord mortel mortels
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

mortel m [3] [4]

  1. (bouwkunde) mengsel waarmee wordt gewerkt (bij het metselen, stukadoren, pleisteren etc.)
Verwante begrippen
Hyponiemen
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
mortelen

mortel

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van mortelen
    • Ik mortel. 
  2. gebiedende wijs van mortelen
    • Mortel! 
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van mortelen
    • Mortel je? 

Gangbaarheid

91 % van de Nederlanders;
97 % van de Vlamingen.[5]

Meer informatie

Verwijzingen


Frans

Uitspraak

Bijvoeglijk naamwoord

mortel

  1. (spreektaal) te gek, heftig, vet
    «La soirée au Palaccio, elle était mortelle!»
    Die avond in het Palaccio was echt vet! [1]

Verwijzingen