documentaire

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • do·cu·men·tai·re
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘film waarin feiten worden vastgelegd’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1963 [1]
enkelvoud meervoud
naamwoord documentaire documentaires
verkleinwoord documentairetje documentairetjes

Zelfstandig naamwoord

documentaire m

  1. een op waarheid beruste film
    • Op National Geographic worden veel documentaires uitgezonden. 
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen

Bijvoeglijk naamwoord

documentaire

  1. verbogen vorm van de stellende trap van documentair

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen