dirigeren

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • di·ri·ge·ren
Woordherkomst en -opbouw
  • afgeleid van het Franse diriger of daarvoor van het Latijnse 'dīrigere' met het achtervoegsel -eren
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
dirigeren
dirigeerde
gedirigeerd
zwak -d volledig

Werkwoord

dirigeren

  1. overgankelijk (muziek) leiding geven aan een groep mensen die musiceren
    • Hij heeft dat orkest enige tijd gedirigeerd. 
  2. overgankelijk mensen ergens heensturen
    • Ze werden door de politieagent naar een zijstraat gedirigeerd. 
  3. leiden
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie