differentiëren

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Jump to search

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • dif·fe·ren·ti·e·ren
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het me Latijn, in de betekenis van ‘uiteenlopen’ voor het eerst aangetroffen in 1823 [1]
  • afgeleid van het Franse différentier met het achtervoegsel -eren [2]
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
differentiëren
differentieerde
gedifferentieerd
zwak -d volledig

Werkwoord

differentiëren

  1. overgankelijk vanuit een homogeen geheel tot verschillende vormen komen
  2. overgankelijk (wiskunde) het berekenen van de lokale stijging in een functie, het bepalen van de afgeleide van een functie
Verwante begrippen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders
98 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen