homogeen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ho·mo·geen
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen homogeen homogener homogeenst
verbogen homogene homogenere homogeenste
partitief homogeens homogeners -

Bijvoeglijk naamwoord

homogeen

  1. (medisch) gelijksoortig
  2. (scheikunde) waarvan de samenstelling niet van plaats tot plaats verschilt
    Gasmoleculen verdelen zich homogeen' in de ruimte, overal evenveel.
  3. (wiskunde) een gelijkmatige verdeling
Synoniemen
Antoniemen
Verwante begrippen
Vertalingen
Gangbaarheid
99 % van de Nederlanders
98 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl