denke

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • den·ke

Werkwoord

vervoeging van
denken

denke

  1. aanvoegende wijs van denken
    • Men denke niet dat daar alles mee was gezegd. 


Pennsylvania-Duits

Uitspraak
Woordafbreking
  • den·ke
vervoeging
tegenwoordige tijd, aantonende wijs, bedrijvende vorm
onbepaalde
wijs
denke
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
(hot) gedenkt
enkelvoud meervoud
1e persoon ich denk mir / mer denke
2e persoon du denkscht dihr / der
dihr / der
dihr / der
ihr / er
ihr / er
nihr / ner
denkt
denke
denke
denkt
denke
denke
3e persoon er denkt sie n
sie denkt
es denkt

Werkwoord

denke

  1. onovergankelijk, overgankelijk denken
Afgeleide begrippen
Opmerkingen

Werkwoord

denke

  1. eerste persoon meervoud tegenwoordige tijd aantonende wijs bedrijvende vorm van denke
    «mir denke»
    wij / we denken

denke

  1. tweede persoon meervoud tegenwoordige tijd aantonende wijs bedrijvende vorm van denke
    «dihr / der / ihr / er / nihr / ner denke»
    jullie denken
Schrijfwijzen
  • (dihr / der / ihr / er ) denkt

denke

  1. derde persoon meervoud tegenwoordige tijd aantonende wijs bedrijvende vorm van denke
    «sie denke»
    zij / ze denken