borstkas

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

röntgenfoto van de borstkas
Uitspraak
Woordafbreking
  • borst·kas
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord borstkas borstkassen
verkleinwoord borstkasje borstkasjes

Zelfstandig naamwoord

borstkas v/m

  1. (anatomie) geraamte van de borst die de borstholte begrenst
Synoniemen
Opmerkingen
  • Omdat de betekenissen van kas en kast elkaar lange tijd overlapten, komt de vorm 'borstkast' soms voor, maar dit is nooit de gangbare vorm geweest. Het omgekeerde is het geval bij 'ribbenkast', waar de nevenvorm 'ribbenkas' wel voorkomt, maar nooit gangbaar was.
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie