coco

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Frans

Uitspraak
Woordherkomst en -opbouw

Zelfstandig naamwoord

coco m

  1. (voeding) kokosnoot [1]
  2. (spreektaal) benzine, brandstof
    «Je passe à la pompe, j’ai besoin de coco pour la turevoi.»
    Ik ga naar de pomp, ik moet benzine hebben voor de wagen. [1]
  3. (spreektaal) vent, gozer
    «C'est un drôle de coco, Louis.»
    Louis is een rare snuiter. [1]
  4. (spreektaal) pens, maag
    «Depuis ce matin, on n'a rien dans le coco
    We hebben sinds vanochtend niks te bikken gehad. [1]
  5. (spreektaal) communist
    «Les cocos ont encore participé aux élections.»
    De communisten hebben alweer meegedaan met de verkiezingen. [1]

Zelfstandig naamwoord

coco v

  1. (spreektaal) cocaïne [1]

Verwijzingen


Spaans

Uitspraak
Woordafbreking
  • co·co
enkelvoud meervoud
coco cocos

Zelfstandig naamwoord

coco m

  1. (plantkunde), (voeding) kokosnoot